In het huis waar Jezus zich bevindt, is het ontzettend druk. Heel veel mensen hebben Hem opgezocht. Ze zijn nieuwsgierig naar Hem of ze zoeken Zijn hulp. Het is zó druk dat Zijn moeder, broers en zussen niet naar binnen kunnen. En dat terwijl familie in de tijd van de Bijbel heel belangrijk was.

Lees Marcus 3: 20-35

Terwijl de mensen zich om Jezus heen verzamelen, vinden de mensen uit Jezus directe omgeving dat de situatie echt te gortig wordt. Ze zeggen dat Jezus “niet bij zijn zinnen” is (vers 21). Waarschijnlijk gaat het hier ook om zijn moeder, broers en zussen, zoals blijkt uit vers 31. De schriftgeleerden doen er nog een schepje bovenop en zeggen dat Jezus Beëlzebul heeft. Ze denken dus dat hij bezeten is van de duivel of satan. Jezus legt hun echter uit dat Hij de duivel niet uit had kunnen drijven, als hij werkelijk bezeten was van de duivel. Het zou nogal vreemd zijn als Hij in naam van de duivel andere duivelen uit zou werpen. Dan zou het het ‘koninkrijk’ van de duivel toch verdeeld zijn? Nee, het is juist zo dat Jezus van een Koninkrijk dat nóg sterker is dan dat van de duivel. Daarom kan Hij de duivel uitdrijven.

Jezus’waarschuwing

Jezus geeft ook nog een waarschuwing: de zonde tegen de Heilige Geest is een hele erge zonde (vers 29). Jezus doet wonderen door de kracht van de Heilige Geest (in de kracht van God dus). Ze moeten uitkijken dat ze niet tegen de Heilige Geest zondigen!

Jezus’ familie laat Hem halen

Ondertussen willen de mensen uit Jezus’ directe omgeving Hem halen (vers 21). Het is zó druk, dat Zijn moeder, broers en zussen niet dichtbij Hem kunnen komen. (vers 31). Zij staan buiten. Wel sturen ze iemand om Jezus te halen. De mensen om Hem heen, hebben dit door, en zeggen tegen Jezus: “Uw moeder en uw broers en zussen staan buiten en zoeken U.” (vers 32).

Jezus grijpt dit aan om duidelijk te maken wie Zijn echte familie is. Hij vraagt aan de mensen om Hem heen: “Wie zijn Mijn moeder en broers?” En terwijl Hij om Zich heen kijkt, geeft Hij Zelf het antwoord:

“Kijk, Mijn moeder en Mijn broers. Al wie de wil van God doet, is mijn broeder en zus en moeder.”

Maria, Jezus’ moeder, heeft een belangrijke positie in Gods koninkrijk. Zij was degene die Hem in haar buik mocht dragen en Hem als kind mocht opvoeden. Toch is haar positie in principe niet belangrijker dan die van andere volgelingen van Hem. Bloedbanden zijn in Gods koninkrijk niet per se belangrijk. Wat vooral telt zijn ‘geestelijke’ familiebanden. Iedereen die Gods wil doet, hoort bij de familie van Jezus.

Voor deze week:

– Jezus zegt dat het belangrijk is dat je Zijn wil ‘doet’. Dan behoor je tot Zijn familie. Hoor jij bij Zijn familie?

Wat je moet weten over het Evangelie van Marcus

In de tijd van de Bijbel hadden ‘rabbi’s’ (geleerden) meestal leerlingen. Toen Jezus, Gods Zoon, op aarde was, had hij óók leerlingen. Eén van deze leerlingen was Petrus. Nadat Jezus weer was opgevaren naar de hemel, heeft Petrus’ leerling Marcus het Evangelie van Marcus geschreven. Marcus heeft Jezus Zelf op aarde niet meegemaakt. Maar Petrus heeft hem wel verteld welke wonderen Jezus op aarde deed, hoe Hij zich gedroeg en wat Hij zei. Dat alles heeft Marcus opgeschreven en zo ontstond het Evangelie van Marcus. Het woord ‘Evangelie’ komt uit het Grieks en betekent ‘goede boodschap’. Het Evangelie van Marcus gaat ook over een goede boodschap: de komst van Gods Zoon Jezus, de Redder, op aarde. Hij kwam op aarde met dit doel: God en mensen weer bij elkaar brengen. Daarover lees je uitvoerig in dit mooie bijbelboek.