“Hoe komen de schriftgeleerden erbij om te zeggen dat de Messias de Zoon van David is?” vraagt Jezus zich af tijdens zijn onderricht in de tempel. Zijn toehoorders weten dat de Messias, de door God gezonden Redder die voorspeld is door de profeten, ‘Zoon van David’ wordt genoemd.

Messias betekent ‘gezalfde’. De Messias is door God gezalfd voor een belangrijke taak. De joden groeien op met het besef dat Hij ooit gaat komen. Zij verwachten dat de Messias het land zal bevrijden van alle onderdrukkers en de vergane glorie van de dynastie van koning David weer zal herstellen. De joden hebben hele aardse opvattingen van de Messias. Dat Jezus de lang voorspelde Messias is, dát geloven veel joden niet. Jezus komt uit een arme familie en is zonder zichtbare luister op aarde gekomen. Hij past niet bij hun verwachtingspatroon.

Schriftgeleerden

Ook de schriftgeleerden, joodse geleerden, erkennen Jezus niet als de Messias. Aangezien zij doorkneed zijn in de joodse geschriften, weten ze heel goed dat de Messias uit het geslacht van David zal komen. ‘Zoon van David’ is een belangrijke uitdrukking voor de Messias die zal komen. Uit de vraag die Jezus stelt, blijkt ook niet dat de schriftgeleerden ter discussie stellen dat de Messias een zoon van David is. “Hoe komen de schriftgeleerden erbij om te zeggen dat de Messias de Zoon van David is?” zegt Jezus. Volgens de oorspronkelijke tekst zegt Hij letterlijk: “Hoe zeggen de schriftgeleerden dat de Messias de Zoon van David is?” Omstreden is dus niet óf de Messias de Zoon van David is, maar op welke manier.

Eenzijdig

Ook Jezus Zelf ontkent niet dat de Messias een Zoon van David is. Maar hij keurt wel een eenzijdige voorstelling van de ‘Zoon van David’ af. De Messias is niet een puur aardse koning die enkel en alleen moest komen om de vijanden van het volk Israel te verjagen. Hij is weliswaar Mens, maar ook God. De Messias is ook gekomen om mensen te verlossen van het kwade, en van hun zonden. Hij is vooral gekomen om de kloof tussen God en mensen te overbruggen.

KONING DAVID

David was een belangrijke koning uit de geschiedenis van Israel. Maar de Messias, de Zoon van David, is veel belangrijker dan David. Jezus citeert uit Psalm 110, een lied dat ooit door koning David is gemaakt. In dat lied profeteert David over de Messias. (Marcus 13:36). Hier noemt David de Messias ‘zijn Heer’. Hij kijkt dus duidelijk tegen de Messias op en ziet Hem als zijn meerdere. David was een mens die ook steeds weer het verkeerde pad koos. Oók hij had een Redder nodig. Ook hij maakte aanspraak op de Messias die, toen hij nog leefde, nog op aarde moest komen. Hij mocht geloven dat de Messias ooit zou komen.